Introductie

Goed en comfortabel viool spelen kan alleen op basis van een goede houding. Wie die houding niet vindt krijgt op den duur last van allerlei lichamelijke klachten,pijn door overbelaste spieren en gewrichten. En dat vergalt het speelplezier, zodat de viool eerder een straf dan een plezier wordt. Jammer, erg jammer – want het is niet nodig.

De viool, en de altviool, wordt met behulp van kin- en schoudersteun, als alles goed is zonder enige kracht van de violist op zijn plek gehouden. Het mag niet nodig zijn om met de kin bewust te knijpen, de schouder omhoog trekken mag al helemaal niet! Daardoor onstaan juist de klachten, die voor veel mensen het spelen bemoeilijkt.

Schoudersteun…

Geen mens is hetzelfde gebouwd, er is geen standaardoplossing voor het vasthouden van het instrument. Het is altijd een samenspel van vorm en hoogte van de schouder- en kinsteun, die voor een comfortabele basis moet zorgen. De schoudersteun moet een natuurlijke basis vormen en de viool “ontwiebelen” zonder de schouder al te zeer vast te zetten. Voor sommigen volstaat en klein kussentje, anderen vinden hun baat in de diverse verregaand instelbare schoudersteunen.

afbeelding werd niet geladen

voorbeeld van een op maat gemaakte kinsteun

En dan de kinsteun

De kinsteun moet dit geheel afmaken. En daar wordt het wel ingewikkeld. Nog afgezien van de hoogte en vorm van een kinsteun speelt de plaatsing op de viool een rol: over het staartstuk of juist links of rechts ervan?
Die kinsteun heeft een steunvlak, waar de zijkant van de kin op rust en dat vlak kan groter of kleiner zijn en bovendien meer of minder hellen – in twee richtingen. Bovendien is het natuurlijk geen vlak, maar heeft de bovenkant van de steun een welving, die prettig moet aansluiten op de kaak, zonder bewegingen te belemmeren…

Maar het lastigste moet nog komen: het randje. Om nu juist niet met spierkracht het instrument op zijn plek te houden maar tot een volkomen inspanningsloze houding te komen zit er op de kinsteun een richeltje. En dat richeltje moet precies achter het kaakbeen van de speler passen, zonder de bewegingsvrijheid te hinderen. Soms moet het wat hoger zijn, soms wat lager, soms kort, soms lang. Dat heeft te maken met de diverse pezen, zenuwbanen, aderen en andere gevoelige plekken die vlak achter/onder de kaak verscholen liggen.
De positie op de kinsteun luistert ook nog eens heel nauw. Daardoor wordt bepaald hoeveel ruimte de arm van de violist heeft om de verschillende snaren te bereiken.

De oplossing!

Kortom, wie met een fabrieksmatig uit hout gesneden kinsteun goed uit de voeten kan heeft geluk. Maar de kans is groot dat die speler zich met kleine ongemakken heeft verzoend. En wie pech heeft wordt op den duur geplaagd door nekklachten of ander leed, want door met een niet goed passende kinsteun door te spelen kan de hele houding gespannen worden.

Gelukkig is er wel veel keuze in kant-en-klare kinsteunen. Er zijn tegenwoordig zelfs exemplaren die – beperkt – instelbaar zijn. Maar het blijft een kwestie van geluk hebben, om de juiste combinatie van instrument, schoudersteun en kinsteun te vinden. Eigenlijk zouden kinsteunen op maat gemaakt moeten worden. En dat was tot voor kort nagenoeg onbetaalbaar.

Daar is nu verandering in gekomen! Door gebruik te maken van moderne technieken zoals ontwerpen op de computer, 3D printen en computergestuurde freesmachine is een op maat gemaakte kinsteun voor elke serieuze speler binnen bereik gekomen.

Reageren is niet mogelijk